Methode A – Directe testmethode voor efficiëntie
Methode A wordt ook wel de input-outputmethode genoemd, omdat tijdens de test twee gegevens die nodig zijn voor het berekenen van het rendement direct kunnen worden verkregen: het ingangsvermogen en het uitgangsvermogen. Wanneer een gespecificeerde belasting op de testmotor wordt aangesloten en deze draait totdat de temperatuur stabiliseert of gedurende een gespecificeerde periode (in het laatste geval mag het verschil tussen de temperatuur die de wikkeling van de testmotor bereikt en de werkelijke temperatuurstabilisatie niet meer dan 5 K bedragen), wordt de belasting ingesteld binnen een bereik van 1,5 tot 0,25 keer het nominale vermogen. Twee werkingskarakteristieken worden gemeten bij afnemende en toenemende belasting. Voor elke curve moeten minimaal 6 metingen worden verricht, waarbij elke meting de volgende waarden omvat: driefasenlijnspanning (die op de nominale waarde moet worden gehouden), driefasenlijnstroom, ingangsvermogen, toerental, uitgangskoppel en, indien mogelijk, ook het uitgangsvermogen. Ten slotte wordt de stroomtoevoer onderbroken en de motor gestopt. De gelijkstroomweerstand van de statorwikkeling wordt binnen de gespecificeerde tijd gemeten. Anders moet er een extrapolatiecorrectie worden uitgevoerd volgens de relevante voorschriften voor het berekenen van de thermische weerstand na de thermische test.
Indien de omstandigheden het toelaten, dient de methode van live meting (superpositiemethode) of het vooraf installeren van thermokoppels of koperen (platina) thermistors als temperatuursensoren in de wikkelingen om de temperatuur of weerstand van elk statorwikkelpunt te bepalen, als prioriteit te worden toegepast. Tijdens de test dient ook de omgevingstemperatuur te worden geregistreerd.
Geplaatst op: 19 december 2025